|
Flora en Fauna
De rugstreeppad (Bufo calamita)

Aan de kleur is deze ongeveer 7 cm grote pad gemakkelijk te onderscheiden
van de andere echte pad (de gewone pad Bufo bufo), die in Nederland voorkomt.
Is de gewone pad bruin van kleur, de rugstreeppad is gelig bruin met een
groene of olijfgroene gemarmerde tekening. De wratten op de rug zijn geel
met een rode top. Maar het meest opvallend is natuurlijk de helder gele
streep op de rug waar deze pad ook zijn naam aan dankt. De kaakblaas van
de mannetjes die meestal wat kleiner blijven dan de vrouwtjes is paarsblauw.
De rugstreeppad is een typische West Europese soort die voorkomt van Zuid
Zweden tot in het zuiden van Spanje. Het is een dier dat van graven houdt
en vaak voorkomt op zanderige plaatsen maar ook op kleigrond is hij vaak
te vinden. De rugstreeppad geeft de voorkeur geeft aan die plaatsen die
weinig begroeid zijn. In Aalsmeer komt de soort voor in het gebied tussen
de Legmeerdijk en de Aalsmeerderweg dus echt in het poldergebied en ook
in de Schinkelpolder dat tot voor kort een graslandgebied was. Deze padden
ontwaken als een van de laatste inheemse kikkers en padden uit de winterslaap.
Als de bruine kikker al eieren heeft afgezet slaapt de rugstreeppad nog.
Het voortplantingsseizoen duurt van eind april tot eind juni. In deze
periode roepen de padden in koren wanneer de schemering invalt. Het geluid
is moeilijk te omschrijven, maar het lijkt een beetje op geluid dat het
schrappen van een pennetje langs een kam maakt, maar dan wat luider. Als
je het een keer gehoord hebt, is het heel gemakkelijk te herkennen. Als
je in de voortplantingsperiode op een mooie avond vanaf de Oosteinderweg
de Noordpolderweg afloopt hoor je het zeker. De padden zijn echter schuw,
als je te dichtbij komt stoppen ze met kwaken.
Padden leggen eieren in het water, maar niet zoals kikkers in klompen
dril, maar in snoeren met zo tussen de 3000 en 4000 eieren. Deze eieren
worden in ondiep water gelegd en soms komt het voor dat dit water zover
opdroogt dat alle larven omkomen. Ook de rovers onder de waterinsecten
eisen een behoorlijke tol zodat er uiteindelijk maar weinig veranderen
tot kleine padjes. Deze kleine padjes zijn, in tegenstelling tot de volwassen
dieren, dagdieren die op vochtige plaatsen leven. Dit is gunstig voor
de jongen anders zouden ze ook een prooi zijn voor hun ouders. De jonge
padjes leven van kleine insecten. De volwassen dieren gaan in het duister
op jacht en eten alles wat ze kunnen overweldigen. Ze kunnen snel lopen,
ze hippen niet net zoals kikkers en in het donker kan je ze zelfs verwarren
met muizen. Na het voortplantingsseizoen leven de padden voornamelijk
op het land waar ze zich overdag schuil houden in vaak zelf gegraven holen
waaruit ze in de schemering te voorschijn komen. In de herfst graven ze
een dieper hol om daar de winter in door te brengen. Iedereen die deze
mooie pad (kijk daarbij ook eens naar het oog) gezien heeft, het gekwaak
heeft gehoord en wat van het interessante gedrag heeft waargenomen zal
deze dieren niet graag in zijn omgeving zien verdwijnen. De rugstreeppad
valt onder Bijlage 4 van de Europese Unie. Dat houdt in dat de pad overal
bescherming geniet en dat zijn leefgebied niet mag worden aangetast. Dit
geldt kennelijk niet voor Aalsmeer. De plaatsen waar ze kunnen leven worden
steeds kleiner in aantal en oppervlakte.
De geplande omlegging van de N201 door hun leefgebied zal zeker zeer nadelig
zijn en ook de Schinkelpolder wordt de laatste jaren snel volgebouwd.
Bovendien is de waterkwaliteit in de Schinkelpolder de laatste paar jaar
erg verslechterd. Daarbij komt nog de nieuwste trend op het gebied van
slootkant beheer, namelijk het geheel afdekken met worteldoek! Niet alleen
is dit een afschuwelijk gezicht, maar het maakt vrijwel elk leven aan
slootkanten onmogelijk. En deze plaatsen zijn juist voor veel dieren zo
belangrijk. Dus heb je het geluk dat de rugstreeppad nog in je directe
omgeving voorkomt, kijk dan nog maar eens goed naar dit mooie dier en
verknoei zijn leefplek niet.
Wie van Aalsmeer houdt, is lid van de Bovenlanden !

|