Bovenlanden Aalsmeer
bob van den heuvel

bob van den heuvel

bob van den heuvel

bob van den heuvel

 


AFLEVERING 7

De Meerkoet, een druktemaker!
Naast onze ark begint het voorjaar los te barsten De baltsende futen, eenden die druk aan het paren zijn, waterkippen, ganzen, maar vooral de koeten. De meerkoeten die ons al heel vroeg met hun geschreeuw wakker maken. Echte druktemakers! Het zijn vreselijk schelle schreeuwers die koeten, daarom niet altijd geliefd bij de medemens. Maar ach, het interesseert de koet allemaal niets. Meerkoeten zijn heel trouw aan hun omgeving en aan elkaar. Door hun voorjaars perikelen zijn ze ook heel wild en sowieso zijn het heel onhandige watervogels. Ons dierbaar echtpaar woonde jaren bij ons in het water. Maar wat een ramp geschiedde een paar weken terug. Een van de echtelieden lag platgereden op de weg. Het mannetje of vrouwtje (bij een koet kan ik het verschil niet zien) was lichtelijk die dag in paniek. Wie schetst mijn verbazing ? Een paar dagen later was er een nieuwe partner gevonden. Nu zijn ze druk bezig met de huisvesting. Precies op dezelfde plek als altijd, partnertje is er dus gewoon bij ingetrokken.

Nest
Koeten zijn heel rommelig en dom in nesten bouwen. Ons paartje probeert altijd een nest te bouwen op de iets onder water liggende stabilisatoren van onze sloep. Ze weten dat wij bijna dagelijks met de sloep varen, maar toch, iedere dag is er weer een hele verzameling takken en bladeren opgestapeld om een nest van te maken. Wat wij dan weer verwijderen om te kunnen varen. Na een poging of tien krijgen ze in de gaten dat het geen nut heeft en verhuizen dan naar een omgewaaide boom in het water aan de overkant waar druk wordt gewerkt om een definitief nest te bouwen. Onze futen die druk voor mijn gevoel aan het balletdansen zijn, zijn dan heel vrolijk. Zij willen dat nest graag gebruiken voor hun eigen broedsel. Pa en ma koet zijn daar niet blij mee, en schreeuwen en slaan de indringers weg. Pas later in het seizoen als gezin koet het nest verlaten heeft kunnen de futen het opgemaakte bed in. Koeten bouwen hun nest het liefst van grote takken en bladeren. Grote stappen, snel thuis. Maar als er plastic troep en verdwaalde kleurige feestartikelen langskomen, is dat net zo handig om een warm nest van te bouwen. Kijk maar eens in de grachten van Amsterdam. Daar is de halve koningsdag versiering verwerkt, veel oranje getinte nesten van de koeten en het liefst in een autoband. In de bovenlanden komt dat weinig voor, hier wordt het zwerfafval door een geweldige groep natuurliefhebbers in het voorjaar opgeruimd. Onze bovenlanden koeten hebben dus het voorrecht om een nest te bouwen zoals dat bedoeld is.

Nonchalance
Door hun nonchalante gedrag houden ze meestal maar een of twee nakomelingen over van de hele ploeg waar ze mee begonnen, vaak ook helemaal niets. Maar niet getreurd, ze beginnen gewoon weer opnieuw. En dat dan wel drie of vier keer per seizoen. Als we hier op de Poel in het najaar de grote koeten vergaderingen zien van duizenden koeten weten we dat het winter gaat worden. Daarna kijken we weer uit naar het voorjaar wanneer de vogels allemaal terugkeren naar hun vaste stekken om voor gezinsuitbreiding te zorgen. Word donateur van de stichting de bovenlanden en we houden je op de hoogte van alle mooie dingen die we doen op en om het water van de bovenlanden.


AFLEVERING 6

De Aalsmeerse schuilhut

Op mijn boottochtjes door ons mooie Aalsmeer ga ik altijd weer terug in de tijd als ik langs een oud Aalsmeers schuilhutje vaar. Ik weet nog goed dat een jaar of vijftig geleden mijn vader een verkaveld eiland kocht op de Poel, genaamd Pinto. Het eiland werd in ongeveer tien kavels verdeeld. Pa verkocht voor de kweker verschillende landjes en kon daar zelf toen het stuk uit houden waar de schuilhut op stond. Juist in die tijd was het heel leuk om een eiland met een schuilhut te bemachtigen omdat er verder niets mocht worden gebouwd op de eilandjes. Wat hebben we veel in dat hutje geslapen. Mijn moeder had een minikeukentje voor het raampje en een gat in de bodem was de koelkast. Ik weet nog dat ik het heerlijk vond als de regen op de dakpannen kletterde. Veel van die hutjes zijn er niet meer. Ook het schuilhutje van mijn vader niet. Latere generaties hebben die hutjes gesloopt en er zo’n modern blokhutje op gezet. Zonde. Gelukkig bestaan er nog enkele, laten we zuinig zijn op dat erfgoed.

Alleen per boot
De kwekers werken een groot deel van het jaar op akkers. Het merendeel van die akkers grenzen meestal niet direct aan het huis en de kwekerij. Ze kunnen alleen per boot bereikt worden. De mensen nemen hun natje en droogje mee wanneer ze ’s morgens van huis het water op gaan. De schuilhut was onder andere bedoeld als schaftruimte op het eiland. Van buiten een mooi gepotdekseld houten schuurtje met rode of grijze dakpannen, een raampje erin (meestal een in vieren verdeeld kozijntje), een houten deur met een klink, die verder niet op slot kon. Binnen waren aan weerszijden twee houten bankjes en dat was het. De bodem van het hutje was gewoon de zwarte grond. Puur een hutje om te schuilen bij koud en nat weer.

Mijmeren
Bij mooi weer was het heerlijk om bij de schuilhut te zitten met een prachtig uitzicht over het water, een beetje te mijmeren over het leven en te genieten van de natuur . Ik weet van een Aalsmeerse seringenfamilie die bij goed weer met vader en zonen bij de schuilhut zaten. Op vrijdag kwam moeder ook naar de schuilhut met een heerlijke lunch. Het hele gezin zat dan te genieten bij de hut. Er zijn nog maar een paar traditionele Aalsmeerse schuilhutten. Het is de intentie van Stichting De Bovenlanden Aalsmeer om de authentieke schuilhutten die er nog zijn voor de toekomst te bewaren. Als donateur steun je al de dromen die we met het prachtige Aalsmeerse natuurgebied voor ogen hebben.


Aflevering 5

 

IJSVOGELS

In mijn bootje varend in het voorjaar en najaar zie ik regelmatig een blauwe flits over het water van een sloot voorbijschieten. Voor je het weet, is het al weer weg. En toch weet ik dan: dat was een ijsvogel. Zo groot als een spreeuw, grote kop en lange dolkvormige snavel. Maar vooral de kleuren doen het ‘m. Ik ken eigenlijk geen bloem met zo’n opvallende kleurencombinatie. Bovenop glinsterend felblauw en van onderen oranje/roestbruin. In het bovenlandengebied kom je ze dus tegen, ze vinden het daar prettig. Ze leven van visjes en waterinsecten. Na een duikvlucht en een plons komen ze met een klein visje in hun bek weer uit het water. Zo’n duikvlucht maken ze vaak vanaf laaghangende takken boven het water. Dan begrijp je waarom de Westeinderplassen en de Oosteinderpoel populaire bestemmingen zijn voor de ijsvogel.

Best zeldzaam

IJsvogels zijn best zeldzaam. In 2000 waren er nog geen 300 paren in Nederland. Twee jaar geleden waren dat er ongeveer 700. Ze zijn behoorlijk gevoelig voor vorst. Bij ijs hebben ze geen voedsel en sterven dan in grote aantallen. Het schijnt dat ze ijsvogel genoemd worden, omdat ze in de winter wanhopig bij ijs naar open plekken zoeken om voedsel te vinden. Maar het is dus eigenlijk een géén-ijsvogel: ze houden van lekker open en stromend water. De ijsvogel broedt bij heldere beekjes, sloten en meren. In de periode april tot juli broeden ze twee keer zo’n 4 tot 8 eieren uit. Ze bouwen een nesttunnel, het liefst in een afgekalfde oever, zo’n meter boven het water. Maar ook de wortelstronken van omgewaaide bomen zijn populair. Daarin maken ze met hun snavel een smalle horizontale gang van 50 centimeter of nog meer. Aan het eind daarvan is het nest.

Er is nu een goed idee bedacht om de ijsvogelstand in het bovenlanden gebied op te vijzelen. Luci Beumer vindt ijsvogels ook erg leuk. Ze had gelezen over het nestelen in omgewaaide boomstronken. Ze nam contact op met Stichting De Bovenlanden, die momenteel werk laat uitvoeren voor onderhoud van enkele akkers in de Poel. Het resultaat is dat afgesproken is dat enkele populieren wel gekapt worden, maar dat een overblijvend stuk stam omgetrokken zal worden zodat de wortelstronk rechtop komt te staan. En dan kunnen pa en ma ijsvogel daar lekker hun nestje in maken. En hopelijk vinden de jonge ijsvogeltjes in het voorjaar dan hun weg op de Poel. Bij Stichting De Bovenlanden waren ijsvogels overigens al langer bekend. De stichting heeft een IJsvogelfonds voor onderhoud van bovenlanden door professionele bedrijven. Particulieren en bedrijven kunnen dit onderhoud door een bijdrage aan het fonds ondersteunen. Kijk maar eens op www.bovenlanden.nl bij ‘activiteiten’. Reacties op dit verhaaltje stel ik erg op prijs op bob@bovenlanden.nl

 


Aflevering 4

‘Sering is Cultureel Erfgoed’

Wie had kunnen denken dat onze koning deze rubriek ook leest? Na mijn vorige stukje over de Ilex bessen stond bij de kersttoespraak van de Koning een mega groot boeket van misschien wel 200 takken Ilex te schitteren naast hem. Ik zag alleen het kaartje met groeten uit Aalsmeer er niet aan hangen. Maar het was een prachtig gezicht. Misschien kunnen we voor de volgende kersttoespraak een gigantisch boeket seringen regelen maar dan wel met een ‘Groeten uit Aalsmeer’ kaartje.

Ik ga het deze keer hebben over de Sering oftewel Syringa, een Heester uit de Olijffamilie. Als ik in het voorjaar en de zomer door onze prachtige bovenlanden vaar, geniet ik altijd net zoveel van de seringenakkers als de Ilex-akkers. Ik heb jaren met Piet de seringenkweker samen gewoond en onze woonark lag midden tussen de seringen. Het verschil tussen de teelt van seringen en Ilex zit niet in de eveneens tweejarige teelt. Het werk is veel intensiever. De ilex blijft gewoon op het land en wordt daar ook geoogst. De sering wordt in de zomer rondom de kluit los gestoken, waardoor de plant het moeilijk gaat krijgen en deze bloemknoppen gaat aanmaken. In het najaar worden de seringenstruiken met de tuindersvlet naar de kassen gehaald waar het wel boven de 30 graden is, om zo de bloei te bevorderen. Er wordt veel gesproeid omdat de sering gek op natte voeten is.

Na een aantal weken komt de sering in bloei en is klaar voor de oogst. De kale struiken worden dan in het voorjaar weer terug gepoot op de natte bovenlandenakker om na twee jaar weer dezelfde behandeling te ondergaan.

De laatste jaren zie je in het najaar de trekbare seringen vaak al met kluit en al op het land liggen en afgedekt met stro. Dit systeem is ervoor om de sering nog vroeger te kunnen oogsten. In het donker gaat BOVENLANDEN de struik sneller bloemknop vormen. Op mijn bijna dagelijks vaartochtje door de Bovenlanden ervaar ik dan dat de herfst niet lang meer op zich laat wachten.

Pure romantiek is het voor mij. Een seringenstruik kan heel oud worden. Hoe grilliger de takken, hoe ouder de struik. Ik ben als bloemist ook altijd gek op de oude dode takken. In bloemwerk is het een ware schoonheid. Klaas Joren is een kweker die bekend staat om zijn vroeg bloeiende seringen. Ik vroeg hem naar de mogelijkheid om met kerst seringen in huis te hebben. “Dat is niet zo eenvoudig en het resultaat is vaak dat er minder bloemen op een steel komen. Maar, waar een wil is, is een weg!” De kwekers hebben een onzeker bestaan.

De laatste paar jaar zijn de opbrengsten wel verbeterd, maar de verwachting is dat van de huidige 19 kwekers op termijn er misschien de helft zal overblijven. Veel opvolgers die in dit vak willen zijn er niet meer. Daarom ben ik ook zo trots op de Bovenlanden club. De Bovenlanden koopt percelen op van de stoppende kwekers en verpacht ze weer aan de kwekers die wel doorgaan met dit zware maar mooie vak. Een unieke teelt die we niet mogen verliezen. Zonder de inzet van de Bovenlanden zouden de akkers snel in handen kunnen vallen van toeristen die daar weekend eilandjes van maken Het zou zonde zijn wanneer deze mooie nostalgie verloren gaat. Stichting De Bovenlanden heeft als een van haar doelen om de sering als cultureel erfgoed voor Aalsmeer te behouden. Dus koning Willem Alexander, bij uw volgende kersttoespraak seringen?


AFLEVERING 3

Ilex hoort absoluut bij de kerst en is ontzettend bovenlanden. Ik ben er gek op en als ik in de zomer langs de akkers vaar en de groene bessen zie, begin ik al te genieten.  In het najaar, wanneer ze rood zijn en nog vol blad, weet ik dat het goed komt en er met de kerst weer mooie ilex is. De meeste mensen noemen ze rode bessen. Vroeger was hulst populair, maar dat was meer blad dan bes. De ilex verticillata waar we het hier over hebben wordt in Aalsmeer Oost en aan de Uiterweg nog volop gekweekt. De kale takken met de helderrode bessen komen prachtig uit in bloemstukken, maar ook in een vaas. Ze zijn bovendien wel een maand houdbaar, als je ze maar niet boven de verwarming zet. Het helpt trouwens om ze af en toe met water te besproeien, dan blijven ze lekker fris en fruitig. Het is dus niet zo gek dat ze steeds populairder worden.

In Aalsmeer wordt al heel lang ilex gekweekt. Vochtige grond is een absolute voorwaarde en die hebben we in het bovenlandengebied genoeg. Ze passen goed bij de teelt van seringen en sneeuwballen op akkers van veengrond. Ze zijn bovendien goed winterhard, een ilex krijg je er niet zomaar onder. Daar houd ik wel van. Karlo Buis kweekt prachtige ilex  en praat er met passie over. De takken moeten op het juiste moment geknipt worden. Als je iets te laat bent, groeien de takken door, maar niet de bessen. Dat wil Karlo niet, mooie volle rode bessen, daar gaat het om. Een bos van de beste kwaliteit weegt vijf kilo en dat komt door de vracht rode bessen. In het algemeen duurt het twee jaar voordat de takken weer afgeknipt kunnen worden. De planten  groeien ook zonder bemesting dan weer hard door en de takken kunnen een lengte krijgen van wel 150 cm. Er zijn wel bijen nodig om de vrouwtjes struiken te bevruchten. Daar groeien de rode bessen aan, de mannetjes struiken blijven groen.

Stichting De Bovenlanden Aalsmeer zorgt er voor dat percelen land van kwekers die in de laatste 20 jaar gestopt zijn, behouden zijn gebleven als teeltland of cultuurland zoals ook wel gezegd wordt. Ik denk dat de teelt van ilex in Aalsmeer weer een periode van groei tegemoet gaat. Zowel in Oost als aan de Uiterweg worden er landjes gepacht van de stichting voor de ilex teelt. Ik vind het wel belangrijk dat dit zo gebeurt. Karlo huurt bijvoorbeeld meerdere percelen van De Bovenlanden voor zijn ilex. Ik kan me geen kerst voorstellen zonder die in Aalsmeer gekweekte rode bessen.

Reacties op dit verhaaltje stel ik heel erg op prijs op bob@bovenlanden.nl 


AFLEVERING 2

Na mijn eerste verhaaltje over kluchten en bovenland in Aalsmeer, heb ik leuke reacties gekregen. In de tweede aflevering ga ik het hebben over mosselen in het Aalsmeerse watergebied. Ik weet niet of het jullie ook opgevallen is, maar de laatste tijd is het water helderder geworden. Kijk maar eens vanaf de brandweersteiger bovenaan de Zwarteweg in het water, dan kijk je zo op de bodem. Dat komt door de quaggamossel. Dat is geen grap, we hebben al veel langer driehoeksmosseltjes, maar de quaggamosselen zijn er bij gekomen. Ze komen beide oorspronkelijk uit het Zwarte Zeegebied. Ze hebben dus een lange reis achter de rug.

De quaggamosssel is vernoemd naar de quagga en dat is een uitgestorven zebrasoort. Ik noem ze hier verder maar even zebramosselen, dat klinkt beter vind ik. Ze hebben de eigenschap dat ze snel groeien. Kou deert ze niet. Ze nemen vooral algen uit het water op, zelfs blauwalg lusten ze wel. Daardoor wordt het water helderder en dat zorgt er voor dat waterplanten (weer) gaan groeien. Dat zijn goede zaken, maar het moet niet teveel worden. Heel helder water zonder voedingsstoffen is niet goed voor de vissen bijvoorbeeld. En teveel en te grote waterplanten in de schroef van je bootje is ook niet echt handig.

De zebramosselen kom je in grote getale tegen wanneer je een boot hebt en die uit het water hijst. Dan zie je hele klonten aan de onderkant van de boot geplakt. De zebramosselen hechten namelijk makkelijk aan harde en gladde oppervlakken. Laatst las ik dat Nederlandse schepen van de VOC in de 17de en 18de eeuw zo langzaam voeren door enorme hopen mosselen aan de bodem. Ook op het deel van beschoeiingen van land dat onder water zit, kan je behoorlijke aantallen aantreffen. Het is dus niet zo moeilijk om grote aantallen zebramosselen te verzamelen. Voor de horeca ondernemers die nu denken dat ze een pannetje zebramosselen op hun menu kunnen zetten, heb ik slecht nieuws. Ze zijn niet te vreten en slecht voor je gezondheid. Dat komt door de stofjes die ze opgenomen hebben zoals metalen, pcb’s en bacteriën.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland houdt de kwaliteit van het water in ons gebied in de gaten. Ze volgt de ontwikkeling van de zebramossel. Het staat vast dat het water al schoner geworden is. Samen met Stichting De Bovenlanden Aalsmeer worden er enkele projecten in de Westeinderplassen uitgevoerd om de waterkwaliteit op peil te houden en te verbeteren. Toch mooi dat zoiets gebeurt.

Reacties op dit verhaaltje stel ik heel erg op prijs op bob@bovenlanden.nl 


Aflevering 1

Wij wonen toch wel in een boeiend dorp. We hebben water, polders en bovenlanden. Over dat laatste wil ik het hebben, want ik ga in de komende tijd over de bovenlanden van Aalsmeer allerlei leuke dingen vertellen. Wat nou precies de bovenlanden zijn is nog niet zo eenvoudig uit te leggen. Maar vraag je eens af waarom er zoveel kluchten zijn in Aalsmeer. Als je vanaf de Ophelialaan de klucht op gaat, kom je bij de Stommeerweg. In Oost ga je de Machineweg op en kom je bij de Oosteinderweg. Nou, de bovenlanden zijn dus het hoger gelegen gebied aan het eind van de klucht en waar je vandaan komt zijn polders, die een meter of vier à vijf onder zeeniveau liggen. Bij de Ophelialaan ga je vanuit de Stommeerpolder dus naar de bovenlanden. En bij de Machineweg ga je vanuit de Oosteinderpolder ook naar de bovenlanden. De bovenlanden zijn het hoger gelegen land langs de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Van de Jac. Takkade in het oosten tot aan Leimuiden in het westen. De Uiterweg is dus 100% bovenland, maar dat weten ze daar natuurlijk al lang. Maar ook het Dorp, de Stommeerweg en de Kudelstaartseweg zijn bovenland.

Hoe de polders ontstaan zijn weten we. Het water van het Stommeer is weggepompt en zo is het Stommeerpolder geworden. Hetzelfde geldt voor het Haarlemmermeer dat de Haarlemmermeerpolder is vandaag de dag. Maar hoe zit het dan met de bovenlanden? Eigenlijk is dat best simpel. De bovenlanden zijn er altijd geweest in Aalsmeer. Ze zijn een natuurlijk veengebied van halfvergane plantenresten en water. In de zestiende eeuw werd in ons moerassige gebied begonnen om dat veen op allerlei plaatsen weg te baggeren en af te graven. Wat een zwaar werk moet dat geweest zijn. Ik maak dan toch liever een mooi bloemstuk. Dat veen werd gedroogd en er werd turf van gemaakt. Turf werd in die tijd ook wel het ‘bruine goud’ genoemd, omdat het een belangrijke brandstof was voor bijvoorbeeld Amsterdam. Al die Amsterdammers moesten zich toch ergens aan warmen, behalve aan elkaar. Aan het begin van de zeventiende eeuw kwamen elke dag wel 80 schepen vol met turf de stad binnenvaren. Door het afgraven van veen is er dus een hoogteverschil ontstaan tussen de bovenlanden waar niet afgegraven werd en de lager gelegen gedeelten. Een voorbeeld van een groot afgegraven veengebied zijn de Westeinder Plassen. In dit gebied heeft zich water verzameld en zo zijn de grote en de kleine Poel ontstaan. Ik geniet met name in de zomer bijna dagelijks van dit prachtige gebied. In mijn bootje vaar ik daar graag doorheen. Het is onbeschrijflijk wat je dan allemaal tegenkomt.

Stichting De Bovenlanden Aalsmeer zet zich al meer dan 20 jaar in voor behoud en verdere ontwikkeling van de bovenlanden in ons mooie dorp. Dat is een prima club. Zij hebben mij gevraagd mijn enthousiasme voor dit gebied te delen met de lezers van de Nieuwe Meerbode en ik doe dat graag. Ik ga jullie vertellen over allerlei interessante ditjes en datjes.

Laat mij gerust weten wat je er van vindt. Je kan reageren naar bob@bovenlanden.nl