Bovenlanden Aalsmeer
 

Roofvogels boven de gebieden van De Bovenlanden

BUIZERDS

De zomer ligt achter ons en de bomen zijn alweer kaal. Als ik uit het raam kijk, zie ik twee buizerds boven de bomenrij met elkaar spelen in de lucht. De buizerd is de meest voorkomende roofvogel boven de gebieden van De Bovenlanden. Hij overwintert in hetzelfde gebied als waar hij broedt. Een nest van de buizerd wordt een horst genoemd. Zijn prooi bestaat uit mollen, muizen, kikkers, kleine vogels en soms ook vissen. De buizerd is een langzame vlieger met zijn brede vleugels en een korte staart; hij doet een paar slagen, zweeft dan kort en doet weer een paar slagen. Dit in tegenstelling tot de kiekendief, die graag laag over de rietvelden vliegt. In de voor een kiekendief kenmerkende vlieghouding, namelijk met de vleugels in een ondiepe V-vorm. In de Rijsen is de kiekendief regelmatig te zien. De kiekendief maakt zijn nest graag in oud riet; meestal op de grond. Er zijn maar weinig roofvogels die dit doen.

SLECHTVALKEN

Vorig jaar hebben we (vrijwilligers van De Bovenlanden) bomen gepoot in de Rijsen en toen zagen we verschillende keren slechtvalken vliegen. Waarschijnlijk op zoek naar een broedplaats. Die hebben ze uiteindelijk gevonden, hoog boven op de Watertoren. Sindsdien heb ik de slechtvalk vaak gezien. Les geven aan zijn jongen. De slechtvalk is waarschijnlijk de snelst vliegende vogel met een snelheid van 349 km per uur in duikvlucht. De prooi wordt in een snelle duikvlucht geslagen en is meestal op slag dood. De prooien zijn meestal vogels (duiven, eenden) maar soms ook andere dieren die op de grond leven. Zijn familielid de torenvalk vangt zijn prooi weer op een heel andere manier. Torenvalken kunnen stil in de lucht hangen met snelbewegende vleugels en een gespreide staart. Dit wordt ‘bidden’ genoemd. Tijdens het bidden kijken ze naar beneden op zoek naar een prooi en houden de kop altijd doodstil. Als ze een prooi zien, duiken ze eropaf. Ze eten graag kleine zoogdieren en insecten, zoals muizen en kevers. Ze bouwen zelf geen nest, maar kiezen vaak een oud kraaiennest. Ook gebruiken ze wel eens een nestkast, bijvoorbeeld die van de bosuil. De bosuil heb ik wel weer een paar keer gehoord dit najaar met zijn kenmerkende oehoegeroep. En tot mijn verrassing kwam hij zijn vrouwtje een paar weken geleden voorstellen. Eerst vlogen ze een tijdje rond in de schemering en gingen daarna gezellig in de boom zitten. Vlakbij het kippenhok. Ik denk dat hij zijn vrouwtje wilde laten zien waar er muizen te vangen zijn. Want die eten ze graag. De bosuil is een compacte uil met brede, afgeronde vleugels en een ronde kop. Zijn vlucht is met vrij snelle vleugelslagen en vaak lange, rechte glijvluchten. De sperwer is een kleine roofvogel die graag laag over de grond jaagt, vaak tussen de seringenstruiken. Hij probeert dan kleine vogeltjes te verrassen. ’s Winters kijkt hij nogal eens op de voederplank of er voor hem een lekker hapje bij zit. Een huismus, vink, merel of een spreeuw.

NOG MEER

Met een beetje geluk zie je tijdens de trekperiode andere roofvogels die overvliegen of komen uitrusten, zoals de havik, visarend, wespendief of ruigpootbuizerd. Als je je ogen openhoudt, valt er van alles te zien. Maar ook moet je goed naar de geluiden luisteren. Want als je een alarmroep hoort van een vogel, dan weet je dat er gevaar dreigt. Meestal is dat dan een roofvogel. En dan is het leuk om te zien hoe het kleine vogeltjes toch lukt om met elkaar de roofvogel te verjagen. Zo valt er altijd wat te zien en te horen in De Bovenlanden.


In memoriam aan Gerlof Beumer die dit stukje schreef in december 2011 (een paar weken voor zijn overlijden).